NEEEEEE! roep ik tegen niemand, want ik zit alleen in de auto, maar vlak voor de auto steekt een moeder-eend met zes kuikentjes de weg over. Ik rijd met 80 kilometer per uur over een provinciale weg waar ik niet uit kan wijken. Tot mijn vreugde zie ik in mijn achteruitkijkspiegel dat moeder-eend en alle kuikentjes vrolijk verder lopen. Ik heb ook niets onder mijn wielen gevoeld. Pfff. Dat is goed afgelopen.
Ik ben onderweg van de ene school naar de andere om het oorlogsverhaal van mijn vader te vertellen. Een verhaal over zijn tewerkstelling in Duitsland en wat hij daar heeft meegemaakt; over de verschillende keren dat hij de oorlog ternauwernood heeft overleefd. Zoals die keer op Alexanderplatz…Lees verder →
Een hoek van de zolder moest leeg. Naast een heleboel spullen die er al jaren ongebruikt stonden en daarom wel weg konden, stond er ook een doos. Een doos met een deksel erop. Ik had geen idee wat er in de doos zou zitten, maar de doos bleek vol brieven te zitten. Brieven die ik gedurende mijn leven ontvangen heb. Brieven van toen ik ongeveer 10 jaar was tot brieven van vrienden en vriendinnen uit mijn pubertijd. Er zijn brieven van mensen die ik me nog heel goed herinner tot mensen waarvan ik geen idee heb wie het zijn. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik met één vrouw heel veel geschreven heb, maar haar naam doet geen enkele bel rinkelen.
‘Dat is een bijzonder meisje. Ik praat wel even met haar’, zei de juf. Bijzonder was ze misschien wel, maar ik zag weinig verschil met de andere leerlingen. Ze waren allemaal wel bijzonder. Bijzonder aardig, bijzonder slim, bijzonder grappig, bijzonder vriendelijk…