Een hoek van de zolder moest leeg. Naast een heleboel spullen die er al jaren ongebruikt stonden en daarom wel weg konden, stond er ook een doos. Een doos met een deksel erop. Ik had geen idee wat er in de doos zou zitten, maar de doos bleek vol brieven te zitten. Brieven die ik gedurende mijn leven ontvangen heb. Brieven van toen ik ongeveer 10 jaar was tot brieven van vrienden en vriendinnen uit mijn pubertijd. Er zijn brieven van mensen die ik me nog heel goed herinner tot mensen waarvan ik geen idee heb wie het zijn. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik met één vrouw heel veel geschreven heb, maar haar naam doet geen enkele bel rinkelen.
Zo blader ik door een stuk jeugd en realiseer ik me dat we tegenwoordig geen brieven meer schrijven. Ik in ieder geval niet. Een brief is vervangen door een e-mailtje of door een appje.
En eigenlijk is dat wel jammer, want voor een brief neem je tijd. Tijd om je gedachten te ordenen en op papier te zetten. Tijd om na te denken over wat leuk is voor de ander om te weten. Mijn vader typte zijn brieven altijd met een doorslag. Zo had hij altijd zijn eigen tekst erbij als een ander op zijn brief reageerde. Ik schreef met de hand en heb geen doorslag van de brieven die ik schreef. Wat ikzelf geschreven heb, weet ik dus niet. Uiteindelijk is dat toch het leukst om te weten, want dat gaat over je eigen leven.
Gelukkig vond ik ook nog mijn puberdagboek. Daarin lees ik wat een ongelooflijk tobbende puber ik was. Ik dacht dat ik best wel meegaand en vriendelijk was, maar als ik mijn dagboek lees dan was ik echt vreselijk.
Wat wil ik nu nog bewaren? Niet de brieven van anderen. Die gaan grotendeels de papierbak in, maar wat ik zelf geschreven heb, hou ik nog even bij me. Misschien kan ik eens een mooi verhaal vertellen over mijn pubertijd. Hoe dan ook, bij het opruimen komen mooie verhalen naar boven en worden mijn herinnering geactiveerd. Ik hou jullie op de hoogte.
Hoe wonderlijk is het dan om te merken dat ik op ons gezellige midwinterzangfestijn van mijn koor, als ik een lied moet zingen waar ik me notabene zelf voor aangemeld heb, het liefst in een hoekje wegkruip om vooral niet te hoeven zingen. Vooral niet die schijnwerper op mezelf richten. Met een groepje en een gek lied waar het om de lol gaat is het allemaal niet zo erg. Maar dat serieuze lied waar ik ook stukjes alleen zing, daar voel ik me niet op mijn gemak. Terwijl het koor een veilige plek is en alles goed is. Het wordt gewaardeerd als je een optreden doet. Nog vreemder is het dat bijna iedereen daar last van heeft. We zitten allemaal met trillende stemmen of trillende handen snaren aan te slaan. In het
Mijn vader, Willem, was verwoed amateurfotograaf. Met oog voor detail en humor wist hij vaak mooie plaatjes te schieten. Inmiddels is het ruim een jaar geleden dat hij op 98 jarige leeftijd overleed, maar zijn blik en manier van de wereld beschouwen zitten ook in mij. Vaak denk ik als ik ergens loop ‘o, dat zou een mooie foto voor Willem zijn.’ Het zijn wel vaak de wat wrangere beelden die indruk maken en die mijn vader op de foto zou zetten.