Vertellers zijn er in soorten en maten. Je hebt de acterende vertellers, vertellende acteurs, vertellende vertellers en acterende acteurs. Variaties op een thema: het zo goed en aantrekkelijk overbrengen van een boodschap verpakt in een verhaal. Op basis van achtergrond en ervaring past de ene of de andere variant je beter dan de andere.
Ik vind mijzelf een vertellende verteller. In mijn optiek ben ik niet aan het acteren. Ik vertel een verhaal met alle emoties en bijbehorende gebaren waardoor mensen de beelden voor zich zien. Een meisje uit groep 4 zei, nadat ik klaar was met vertellen:’ ik zag het als een film voor me.’ 
Al die gezichten een stukje van de film. Niet mijn gezicht, maar het gezicht van de keizer, de keizerin, van een jongetje of van…iets anders dat de fantasie heeft opgeroepen.
Mensen meenemen in een wereld waar ze even in rondlopen en rondkijken, waarin ze iets beleven op een manier dat het lijkt alsof ze er zelf bij zijn. Dat is de kracht van het verhaal.
Nodig een verteller uit en ervaar het zelf!
Hoe wonderlijk is het dan om te merken dat ik op ons gezellige midwinterzangfestijn van mijn koor, als ik een lied moet zingen waar ik me notabene zelf voor aangemeld heb, het liefst in een hoekje wegkruip om vooral niet te hoeven zingen. Vooral niet die schijnwerper op mezelf richten. Met een groepje en een gek lied waar het om de lol gaat is het allemaal niet zo erg. Maar dat serieuze lied waar ik ook stukjes alleen zing, daar voel ik me niet op mijn gemak. Terwijl het koor een veilige plek is en alles goed is. Het wordt gewaardeerd als je een optreden doet. Nog vreemder is het dat bijna iedereen daar last van heeft. We zitten allemaal met trillende stemmen of trillende handen snaren aan te slaan. In het
“Juf hoe schrijf je dat dan die naam Yun?” Een jongetje uit groep 5 waar ik verhalen vertel, stelt me deze vraag. Het is een jongetje met een Chinees uiterlijk. Ik spel voor hem Y U N. ‘O, maar dat is ook mijn naam en dat zeg je als Yoeng’. Ik bedank de jongen uitvoerig en zeg dat ik er vandaag iets bijgeleerd heb en natuurlijk dat hij de hoofdpersoon in het verhaal is. Hij glundert van oor tot oor.
De opmerking ‘doe je dat thuis ook’ was dus niet heel handig, want ze hebben geen thuis. Een laag in het verhaal waar ik op voorhand geen rekening mee had gehouden. Een simpel aanspreken op gedrag bracht een heel ander probleem naar boven, zoals dat vaker aan de orde is. Geen enkel verhaal is plat. Er zijn altijd lagen.
Zelf ben ik een enorme fan van kinderboeken. Ik lees er veel en ze brengen mij ook veel. Naast plezier geven kinderboeken/jeugdboeken mij vaak een heleboel te denken mee. De boeken die ik lees hebben wijze boodschappen. Kinderboeken zijn er in soorten en maten, daarom vind ik het kortzichtig om te zeggen dat je met volwassenen geen kinderboeken moet lezen, zoals de stichting lezen en schrijven propageert: